Mia International SA - Presse BRUSSELNIEUWS
Mia International SA - Presse BRUSSELNIEUWS

50 JAAR MAROKKAANSE IMMIGRATIE: DRIE FAMILIES, DRIE VERHALEN

Door Kim Verthé, Goele De Cort en Steven Van Garsse © Brussel Deze Week.

“De eerste generatie Marokkanen in België was meegaand en wijs. De tweede ging al graag eens uit. De derde en de vierde generatie, daar is niets meer mee aan te vangen,” grapt Mohammed Mechbal. BDW dronk liters thee en sprak met drie Marokkaanse families over 50 jaar Marokkaanse immigratie in Brussel.

FAMILIE MECHBAL

Op de terreinen van de Vroegmarkt, langs de kanaalzone, heerst bedrijvigheid. Mia Trading, in Europa de tweede grootste importeur van exotische en mediterrane producten, houdt er kantoor. In de opslagplaats lachen kilo’s olijven, dadels, noten en Bourazathee je toe.

“Deze importzaak is begonnen als een toevallig project,” zegt Mohammed Mechbal (57), pater familias en oprichter en CEO van Mia Trading. Hij begon zijn loopbaan immers als opvoeder voor de dienst jeugdbescherming. “Op een gegeven moment belandde ik met een zware hernia in Saint-Luc. Een ondernemende neef kwam me daar bezoeken en bleef maar aan mijn mouw trekken om samen een handelszaak op te zetten. Bovendien ontmoette ik in het ziekenhuis een oude man die aardappelen en sjalotten exporteerde naar Marokko en Portugal, en die op het punt stond zijn boerderij in Aalst te verkopen. Ik had toen niet de financiële middelen om die te kopen, maar het gaf me wel de ‘goesting’ om iets op poten te zetten. Ik heb twee jaar verlof zonder wedde genomen, en voilà, ik ben nog altijd op verlof zonder wedde.”

Mohammed maakte kennis met ons land als dertienjarige knaap. “Ook dat was toevallig. Een oudere broer werkte toen in Duitsland bij de Bundesbahn. Een andere broer was hem gevolgd. Maar toen die laatste in Brussel-Zuid de overstap zou maken naar Frankfurt, ontmoette hij een werkgever die hem een contract aanbood in een fabriek voor industrieel linnen. In 1970 maakten mijn ouders en ik, op weg naar Mekka, bij beiden een langere tussenstop. De tocht ging via Europa, de Balkan en Turkije, aangezien het in die tijd onrustig was in Algerije en Libië. (In Algerije en Libië hadden respectievelijk de kolonels Boumédienne en Kadhafi staatsgrepen gepleegd en militaire dictaturen geïnstalleerd, nvdr.).”

“In het holst van een laatzomerse nacht kwamen we in Brussel aan. Ik herinner me nog steeds de geur van het brood dat ik die eerste ochtend ging halen in de Gentsesteenweg – toen ook al een winkelstraat. Ik had nooit van Walt Disney gehoord, maar ik waande me wel in een sprookjeswereld. Toen Kerstmis naderde, werden overal lichtjes opgehangen en verstuurden we postkaarten – een gewoonte van mijn schoonzus, die Belgische was. Dat positieve, haast feeërieke gevoel deed me besluiten te blijven. Mijn ouders keerden terug naar Marokko, ik bleef achter met een foto van mijn moeder. Uiteraard hing ik toen nog half aan haar navelstreng en heb ik me ontworteld gevoeld. Maar ik wilde hier naar school.”

Mohammed ontmoette zijn vrouw Malika toen hij nog opvoeder was. Haar broer kampte met schoolproblemen, en werd begeleid door Mohammed. “We trouwden in 1983. Twee jaar later kregen we ons eerste kind, Ilheme.”

Malika’s verhaal liep enigszins anders. “Mijn vader, intussen gestorven, is hier zoals zovelen ongeletterd gearriveerd. Mijn ouders waren in Marokko jong getrouwd, en waren nooit naar school gegaan. In 1964 kon mijn vader als havenarbeider aan de slag aan het kanaal van Willebroek. Hij laadde binnenschepen met kolen of hout, zwaar werk. Vier jaar later is ons gezin naar Brussel gekomen. Toen was ik acht. Ik herinner me vaag dat ik ooit huilend heb staan roepen: ‘Ik wil terug!’. Ik miste de vrijheid van het Marokkaanse platteland. De Belgen verwelkomden ons heel hartelijk, maar ons eerste appartement in de Guillaume Kennisstraat in Schaarbeek was veel te klein.”

“Als kinderen van ongeletterde immigranten waren we een beetje op onszelf aangewezen. Zeker de meisjes wilden zich loswrikken van conservatieve opvattingen. Ik had geen zin in een leven als vrouw aan de haard. Maar ik kon niet revolteren zoals de jeugd dat vandaag kan. Van mijn vader mocht ik enkel de eerste drie jaren van het middelbaar volgen. Ik heb hem kunnen overtuigen om verder te studeren, maar ik moest dan wel een beroepsgerichte opleiding kiezen. Met spijt moest ik het Emile Max-lyceum in Schaarbeek verlaten en secretariaat-talen gaan volgen. Een vervolgstudie aan de universiteit was uitgesloten, maar ik zag een opening via een regentaatsopleiding. Ik had nog meer kunnen studeren, maar toen ontmoette ik een gekkerd met wie ik een gezin heb gesticht.”

Malika gaf enkele jaren les, daarna ging ze de boekhouding doen in de zaak van haar man. Intussen houdt ze zich meer bezig met de merkpositionering en de vormgeving en buigt oudste dochter Ilheme (28) zich over de rekeningen, met zus Sarah (21) als assistent.

“Niet meteen mijn droomjob”, zegt Ilheme. “Na het middelbaar wist ik niet goed wat ik wilde. Een jaar communicatie aan de Université Saint-Louis beviel me niet. Te theoretisch. Met frisse tegenzin begon ik dan maar in het familiebedrijf. Maar sinds ik echte verantwoordelijkheden heb, vind ik het heel plezant. Intussen heb ik ook marketingstudies aangevat. Maar ik heb dus het geluk gehad nooit te hebben moeten solliciteren.”

Broer Mehdi (23), handelsingenieur in spe: “Veel van onze vrienden kiezen voor ‘hardere’ studiekeuzes: rechten, ingenieurs- of doktersstudies. Misschien onbewust, vanuit een nood aan erkenning? Onze grootouders zijn hier gekomen om het vuile werk op te knappen in de industrie. Wij willen bewijzen dat we ook hoger kunnen mikken. En met een hard diploma sta je sterker op de arbeidsmarkt. Want sommige vrienden constateren dat ze niet altijd aangenomen worden door bepaalde werkgevers, wegens hun huidskleur of hoofddoek.”

Ilheme heeft zich nooit anders behandeld gevoeld, “maar dat komt nog wel,” voorspelt Mohammed. “Neem nu de douane. In België wordt statistisch gezien 1,67 procent van de containers in Belgische havens gecontroleerd: ofwel op papier, ofwel fysiek. Van mijn lading wordt soms tot 84 procent gecontroleerd.”

De arbeidsmarkt voor Brusselse jongeren schat Mohammed somber in. “Elk jaar komen 12.000 jongeren recht van de Brusselse schoolbanken. De helft vindt geen job en heeft niets om handen. Samen met Beci en futsalclub Bouraza Medina, waar ik respectievelijk bestuurder en voorzitter van ben, werken we aan een project om talentvolle jeugd te motiveren. Als jongeren in staat zijn te voetballen, kunnen ze ook geïntegreerd geraken in het bedrijfsleven. Werkgevers dragen ook verantwoordelijkheid. We zijn niet allemaal Didier Bellens. Winst moeten we maken, uiteraard, maar dat moeten we investeren in het bedrijf én in de jonge generatie.”

Source : 50 jaar Marokkaanse immigratie: drie families, drie verhalen